zaterdag 18 mei 2013
   
Tekst

Historie

Historie Handbal Vereniging Aalsmeer

 

Historie Handbal Vereniging Aalsmeer

Hoe het begon
Het was de toenmalige directeur van T.V.A. (Turnvereniging Aalsmeer), de heer C.A. den Boer, die in het begin van de dertiger jaren de handbalsport bij zijn vereniging introduceerde. Het was eerder vanuit Duitsland via Groningen naar het westen van het land komen overwaaien. In Groningen werd in 1928 een competitie opgezet en al in 1930 werd om het kampioenschap van Nederland gespeeld. Het nu ook nog zeer bekende Jahn II uit Stadskanaal behaalde de titel door onder andere met 8-0 te winnen van Odin uit Amstelveen. De handbalsport werd - evenals in Duitsland - eerst uitsluitend bij turnverenigingen beoefend. Gymleraren in die tijd vonden handbal een zeer geschikte buitensport voor turners in de wintermaanden, net als altletiek in de zomermaanden. Veel turners waren goede handballers en atleten. De atleten op hun beurt waren ook goede handballers, dat bleek al spoedig. In ieder geval begon het voor H.V. Aalsmeer toen bij T.V.A. Er waren echter geweldige verschillen met het spel van nu.

Het spel van toen
Handbal werd gespeeld op grasvelden die aanvankelijk de afmetingen 80m * 40m moesten hebben. Al snel werd overgeschakeld naar voetbalvelden, want die lagen er toch al. Ook de doelen hadden dezelfde afmetingen als bij voetbal. Er was een doelcirkel met een straal van 11 meter en de teams bestonden uit 11 spelers: een doelverdediger, 2 backs, 3 halfspelers en 5 voorhoedespelers. Gezien de afmetingen van het veld moesten de handballers over goede loopkwaliteiten beschikken. Dit gold vooral voor de halfspelers, die zowel de aanval als de verdediging moeten steunen. Wordt er nu geklaagd over de hardheid van het spel, ook toen konden de heren er al wat van: wedstrijden tussen Aalsmeer en Niloc waren ware veldslagen, waaraan scheidsrechters de handen vol hadden. Niets nieuws onder de zon dus...... De rol van Aalsmeer

Aalsmeer, want dat was de naam waaronder T.V.A. als handbalvereniging toen al door het leven ging, speelde in de eigen regio een belangrijke rol.
Al waren het landelijk vooral Niloc en V&K uit Groningen die de dienst uit maakten. Pas in 1943 kon Aalsmeer de hegemonie van Niloc in het district West A doorbreken. Als kampioen van dat district mocht worden deelgenomen aan de halve competitie om de nationale titel. De titel werd toen gewonnen door V&K Groningen, Aalsmeer eindigde als derde. De andere verenigingen die aan de kampioenscompetitie deelnamen waren Hellas uit Den Haag, Hercules uit Hengelo en D.E.S. uit Eindhoven, nog steeds allen bekende verenigingen uit de Nederlands handbalsport.

Periode de Hondt
Dick de Hondt, een van Nederlands eerste handbaltrainers met een diploma, kwam in 1947 naar Aalsmeer en zou gedurende 20 jaar zijn stempel op de vereniging drukken. Je zou kunnen zeggen dat Aalsmeer nog steeds de vruchten van zijn werk plukt. Zijn grote kennis van de sport, zijn visie, zijn internationale contacten zorgden ervoor dat handbal bij Aalsmeer een zeer grote vlucht nam. Al spoedig werd ook zaalhandbal populair. De aanwezigheid van de veiling Bloemenlust zorgde ervoor dat Aalsmeer een pioniersrol kon gaan spelen.
Ook elders werd in geïmproviseerde zalen (echte sporthallen bestonden nog niet) met steeds groter wordend enthousiasme binnen gespeeld. In Amsterdam was er de (Oude) Rai in de Ferdinand Bolstraat, die al spoedig het toneel werd van een steeds maar groeiende competitie. Aalsmeer speelde een belangrijke rol. Nadat in 1952 de officieuze nationale titel werd behaald in een proeftournooi, volgden in 1954 en 1959 het Kampioenschap van Nederland. De ervaringen, opgedaan in vele internationale tournooien in Duitsland (Munster, Bremen, Hamburg) kwamen hierbij goed van pas. Langzamerhand ging het zaalhandbal het veldhandbal echter overvleugelen. Het aantal leden groeide, evenals de publieke belangstelling. De westrijden in de Rai tussen bijvoorbeeld Aalsmeer en Nicol trokken zo'n 3000(!) bezoekers. Het befaamde Anjertournooi kwam in Bloemenlust van de grond en trok jaren achtereen vele honderden toeschouwers. Het succes van het eerste herenteam sprak de jeugd in Aalsmeer-Oost aan: steeds meer jongens gingen handballen. Een wegencompetitie en later de schoolhandbaltournooien wekten de belangstelling van de jeugd nog meer op. In 1967 besloot Dick de Hondt dat 20 jaar bij een vereniging lang genoeg was. Bij zijn afscheid werd hij terecht tot Lid van Verdienste van de vereniging benoemd. En nu nog is hij regelmatig bij thuiswedstrijden in de Bloemhof aanwezig.
Na Dick de Hondt werden de heren van Aalsmeer in 1970 kampioen veldhandbal, na dit jaar was het overal afgelopen met deze tak van sport. Aalsmeer speelde toen als landskampioen op het laatste Europacup tournooi op het grote veld. Op het veld werd Aalsmeer nog 3 maal kampioen, in 1980, 1981 en 1982.

Eerste Europacup ervaring
De nationale titel zaalhandbal in 1959 gaf Aalsmeer het recht om deel te nemen aan het Europacuptournooi voor Landskampioenen. Op 6 december 1959 trof het in de Oude Rai de Zwitserse kampioen BTV St. Gallen. Het werd een 14-11 zege voor Aalsmeer. In de volgende ronde trof Aalsmeer het toen beroemde Frisch Goppingen als tegenstander. Het werd in Goppingen (er waren toen nog geen uit- en thuiswedstrijden) een 27-12 nederlaag en daarmee was dit eerste Europacup avontuur ten einde.

Periode Jac. Stammes
Opleiding van de jeugd heeft bij Aalsmeer altijd hoog in het vaandel gestaan; het begon al onder leiding van Dick de Hondt en is nog sterker gegroeid dankzij het schitterende werk van de helaas veel te vroeg overleden Jac. Stammes. Gedurende 16 jaar stond hij aan de basis van de grote succes van de heren. Namelijk het promoveren naar de eredivisie in 1980, het behalen van de nationale titel in 1985, het winnen van de NHV beker in 1987 en 1989. Alle hoofdtrainers konden altijd rekenen op een selectie jonge, talentvolle en technisch vaardige spelers, merendeels uit Aalsmeer zelf, maar ook soms van ver buiten de gemeente. Stammes had een zeer fijne neus voor talent en, omdat hij al heel spoedig betrokken was bij het trainen van afdelings- en regio-jeugdselecties, zag hij kans om zeer talentvolle jongens te bewegen naar Aalsmeer te komen en dat steeds op een tijdstip dat hij ze zelf nog een aantal jaar bij de junioren kon vormen. Goede voorbeelden hiervan zijn René Pie en Jeroen Hölscher, de aanvoerder van het eerste herenteam. Andere voorbeelden van spelers die nu niet meer bij Aalsmeer spelen zijn Patrick Kersten, Freek Aalmoes, Benito Leider en tal van andere spelers. Onder leiding van Jack Stammes -en nu nog steeds- waren er altijd jongensteams (aspiranten, B- en A- junioren), die afdelings- en/of regionaalkampioen werden en op grond van die prestatie mochten deelnemen aan het tournooi om het kampioenschap van Nederland en daarin heel vaak succes hadden. Maar ook na het overlijden van Jac. (die ieder jaar herdacht word door het spelenvan het Jac. Stammes Tournooi voor jeugdteams, een van de meest bekende en hoogst aangeschreven jeugdtournooien in Nederland), behoort de jeugd van Aalsmeer nog steeds tot de top van Nederland.

Snelle opmars dameshandbal
Jarenlang hebben de handballende dames bij Aalsmeer in de schaduw gestaan van de succesvolle heren. Een aantal jaar geleden kwam daar opmerkelijk verandering in. Voorheen konden van tijd tot tijd redelijk goede damesteams worden geformeerd, maar die vielen na verloop van enkele jaren weer uit elkaar. Toen in de 80-er jaren een talentrijk juniorenteam gelijk naar de senioren overging en bij elkaar bleef, was de basis gelegd voor wat dameshandbal nu bij Aalsmeer geworden is. In korte tijd wist dit team door te stoten vanuit de 2e afdelingsklasse naar de landelijke 2e divisie. De resultaten van de dames sprak ook nu weer de jeugd aan, de groep meisjes, van pupil tot junior groeide snel. Het damesteam kon worden aangevuld met jonge speelsters, en - niet in het minst door het uitstekende werk van trainer Henny Quint - werd in het seizoen 1985/1986 promotie naar de eerste divisie een feit. Daarna ging het snel; enkele jonge talenten van buiten meldden zich en zo kon het nieuwe team al in het eerste seizoen op een uitstekend debuut terugzien. Trainer Frans van Iersel deed zijn intrede bij Aalsmeer, nam en passant zijn beide dochters mee en binnen een jaar was promotie naar de eredivisie een feit. Enkele jaren later later, in 1991, behaalden de Aalsmeer dames de dubbel, de nationale titel EN de beker waren voor het eerst in de geschiedenis van het dameshandbal in Aalsmeer binnen. Daarna ging het een periode eventjes wat minder, Frans van Iersel vertrok en met hem een groot deel van de selectiespeelsters van Aalsmeer. In deze periode degradeerde Aalsmeer uit de eredivisie. Op dit moment zit het dameshandbal weer in de lift. In seizoen 2000 / 2001 werden zij kampioen in de eerste divisie A, en spelen nu weer in de eredivisie.

 

 

 

 

banner1

Mijn FIQAS Aalsmeer